Hoe stel ik de sproeiers en het procesgas optimaal in?

Leerprogramma voor het optimaliseren van uw snijresultaten

Om optimale resultaten bij het snijden te realiseren, is een exacte instelling van het procesgas en de sproeiers van groot belang. In ons videoleerprogramma laten wij u stap voor stap zien hoe u de instelling van deze parameters voor uw toepassing kunt verbeteren.

Welke parameters kan ik instellen?

  • Selecteer de juiste snijsproeier
  • Instelling van de juiste afstand tussen sproeier en materiaal
  • Instelling van het procesgas

Welke invloed hebben deze parameters op het snijproces?

  • Materiaalsmelt wordt uit de snijspleet gedrukt
  • Koeling van de zone waar warmte invloed heeft
  • Voorkomen van het ontsteken van snij-emissies
  • Bescherming van de optische lens

Welke effecten worden met de verbeterde instellingen bereikt?

  • Schonere materiaaloppervlakken (afhankelijk van het materiaal)
  • Residuvrije onderkanten van het materiaal
  • Gelijkmatige snijkanten
  • Geen brede snijspleten
  • Minder oxidatieplekken


Neem alle waarschuwingen en instructies in de gebruiksaanwijzing in acht!

Sproeiertypen, met een diameter van 2,0 of van 4,0 mm
Sproeiertypen, met een diameter van 2,0 of van 4,0 mm

1) Selecteer de juiste snijsproeier:

U kunt kiezen uit twee verschillende sproeiertypen, met een diameter van 2,0 of van 4,0 mm. Afhankelijk van de sproeierdiameter worden verschillende effecten gerealiseerd.

Voor het verwisselen van de snijsproeiers kunt u het lasersysteem uitschakelen of gebruik van de gereedschapswisselmodus (F4) maken. De snijsproeiers zitten onderaan op de laserkop en kunnen er eenvoudig met de hand worden uitgedraaid. Gebruik voor het vastdraaien van de sproeiers geen gereedschap, omdat ze dan later moeilijker weer losgedraaid kunnen worden.

Sterke luchtstroom / zwakke luchtstroom
Sterke luchtstroom / zwakke luchtstroom


Effecten bij de keuze van de snijsproeier:

Het gebruik van een geringe sproeierdiameter (2,0 mm) zorgt voor een fijne persluchtstraal en vooral voor zeer nette snijkanten en materiaaloppervlakken.

Een bredere straal (4,0 mm) heeft een verkoelende werking op het materiaaloppervlak. Een zwakke, brede luchtstroom is gunstiger voor het graveren en daarmee kunnen snijkanten van acrylglas gepolijst worden.


De vrije werkafstand van de snijsproeiers tot het te bewerken materiaal wordt met een kartelwieltje ingesteld
Kartelwieltje

2) Instelling van de juiste afstand tussen sproeier en materiaal:

De vrije werkafstand van de snijsproeiers tot het te bewerken materiaal wordt met een kartelwieltje ingesteld. De sproeier is het laagste punt van de laserkop. Voor het instellen van de afstand moet eerst gecontroleerd worden of de referentiewaarde op 0 is ingesteld (z = 0). Wanneer dat niet het geval is, moet u eerst aan de hand van de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing een initialisatie van de Z-as op het materiaalcontactvlak uitvoeren.

Dan pas kan de afstand van de sproeier tot het materiaal nauwkeurig worden ingesteld.
4 draaiklikjes = 1 mm werkafstand
Minimale afstand = 2 mm
Maximale afstand = 10 mm

Kleine afstand = meer luchtdruk / Bigg afstand = minder luchtdruk
Instelling van de juiste afstand

Effecten bij de instelling van de afstand:

Hoe geringer de afstand des te hoger is de luchtdruk bij de snijspleet. In het algemeen worden dan ook meer snij-emissies uit de spleet geblazen, zodat er minder walm ontstaat. Wordt de afstand verhoogd, dan vermindert de luchtdruk bij de snijspleet.

Voorbeeld: Verhoogt u bij het snijden van acryl de afstand, dan maakt u gladde snijkanten, maar de ontvlambare gassen worden eventueel niet meer volledig in de afzuigkanalen geblazen. Het is dus belangrijk om te bepalen, wat de optimale verhouding tussen vlamvorming (als gevolg van het ontvlambare gas) en een gladde snijkant is.


Instelling van het procesgas
Instelling van het procesgas

3) instelling van het procesgas:

Het procesgas wordt met behulp van de bedieningssoftware ingesteld.

Selecteer eerst de instelling „Procesgas“ en stel vervolgens de parameter „Perslucht“ in.

Bij de tweede stap kunt u onder „Druk procesgas“ de hoeveelheid perslucht bepalen. De laagste waarde is „Spoellucht“. Verder kunt u een waarde tussen „1 en 5 bar“ kiezen.

Verkeerde parameters
Verkeerde parameters

Effecten van de instelling van het procesgas:

Een lagere druk heeft tot gevolg, dat de bij het laserproces ontstane gassen eventueel niet volledig uit de snijspleet worden geblazen. Dit kan tot de vorming van meer walm leiden. Zo kan een lagere druk bij het snijden van hout bijvoorbeeld tot donkere snijkanten leiden.

Een hogere druk heeft hetzelfde effect als een kortere afstand van de sproeiers tot het materiaal. De bij het laserproces ontstane gassen worden uit de snijspleet gespoeld. Door teveel druk kan echter een werveling ontstaan, die vervolgens tot een slechtere resultaten kan leiden.


De hierboven beschreven parameters houden allen verband met elkaar. Ook de lasercapaciteit en de snelheid zijn van invloed op de kwaliteit van de snijkant. Via de individuele instelling van deze parameters kunt u de optimale resultaten voor uw materiaal bepalen.

eurolaser ACADEMY

Maak ook gebruik van onze talrijke opleidingsmogelijkheden om uw kennis op dit gebied en van andere onderwerpen doelgericht te vergroten.

Hebt u vragen? Wij willen deze graag beantwoorden.

of bel ons voor persoonlijk advies!

+49 (0)4131 / 9697 - 500

 
© 2015 - 2019 eurolaser GmbH. Alle rechten voorbehouden.